| |
 |
Kasteel Ulft
Anno 1122
|
 |
Een oude slotheuvel
Bij
veel verdwenen kastelen in De Graafschap is fantasie nodig om voor te
stellen hoe het kasteel er ooit heeft uitgezien. Kasteel Ulft is hierop
helaas geen uitzondering. Een oude afgeplatte slotheuvel is alles wat
er rest.
Gelukkig bestaan er van kasteel Ulft relatief veel afbeeldingen, zodat
de fantasie minder hoeft worden aangesproken dan bij andere kastelen om
een voorstelling van het indrukwekkende geheel te maken. Op een tekening
van De Beijer uit 1743 is duidelijk te zien dat kasteel Ulft op een heuvel
ligt.
Van motte naar kasteel
Het
kasteel is op een strategische plek gebouwd. De heuvel ligt ten noorden
van de plek waar Aa-strang en Oude IJssel samenvloeien. Of de heuvel kunstmatig
of een natuurlijke helling is, is onbekend. Met grote waarschijnlijkheid
is het een natuurlijke verhoging die enkele meters opgehoogd is.
Het kasteel zal in zijn eerste vorm een motte
zijn geweest, een houten toren bovenop de heuvel omgeven door een omheining.
Latere versies zullen in steen uitgevoerd zijn, waarvan de oudste toren,
die op de verschillende afbeeldingen te zien is, mogelijk het uiteindelijke
resultaat is.
Voor Ulft geldt, net als bij de meeste andere kastelen in De Graafschap,
dat de donjon in latere
eeuwen te weinig comfort
biedt. Veiligheid is een pré, maar gebrek aan comfort is een dagelijkse
wederkerende tekortkoming. De tekeningen laten zien dat Ulft in de loop
der tijd een groot kasteel is geworden. De binnenplaats wordt volgebouwd
met meerdere gebouwen en woningen.
Het vele water in de nabijheid zorgt voor de aanvoer van het grachtwater.
De open verbinding met de rivier maakt dat er zoveel vis in de grachten
zit, dat de visrechten apart verpacht worden.
Leenroerig aan Keulen en Gelre
Bij Ulft doet zich de vreemde situatie voor dat het kasteel en goed aan
verschillende heren behoren. Leenheer van het goed is het aartsbisdom
Keulen en leenheer van het kasteel is de graaf van Gelre. Deze situatie
is mogelijk te verklaren door de intreding van de eerste heer van Ulft,
Dirk geheten, in aartsbisschoppelijke
dienst. In dit scenario heeft Dirk zijn deel van de erfenis, het goed,
aan Keulen gegeven en dit weer van de aartsbisschop in leen terugontvangen.
In dit scenario geldt dat het kasteel familiebezit blijft, zodat Dirk
dit niet aan Keulen heeft kunnen schenken en het Gelders bezit blijft.
Deze bijzondere situatie, waarbij kasteel en goed gescheiden zijn, doet
zich ook voor bij Didam (Gelders en Berghs) en Nederhemert (Gelders en
Hollands).

Bezitters.
Het
kasteel Ulft is in de loop van de historie in bezit gekomen van drie geslachten.
Na Dirk komt het kasteel door huwelijk van Christina van Ulft met Evert
van Heekeren in handen van de Van Heekerens, welke tak zich vervolgens
naar het kasteel Van Ulft noemen. De telgen uit dit kleurrijke geslacht
worden regelmatig als roofridder afgeschilderd, maar die kwalificatie
is subjectief.
De Heekerens op Ulft hebben de grootste moeite om hun hoofd boven water
te houden, hetgeen op de lange duur het onderhoud van het kasteel bemoeilijkt
zal hebben.
Ruim honderdzeventig jaar nadat de Heekerens Ulft hebben verworven wordt
Frederick II van Ulft uiteindelijk gedwongen het kasteel te verkopen aan
zijn erfvijand en buurman, Willem van der Leck,
graaf van den Bergh. Dit geslacht zal kasteel Ulft tot aan de afbraak
in bezit houden.
. en hun bezittingen
In 1326 blijkt dat bij het huis Ulft enig "thobehoir"
hoort, waaronder de Stakenborch, het Engerinckvelt en een deel van Breedenbroek.
Uit andere akten blijkt dat de heren van Ulft de hof te Wiken, het goed
Engerinck, de hof te Laeckhuysen en een tiende in Aspel in leen van het
aartsbisdom Keulen hebben. Tot de Gelderse lenen in Ulfts beheer behoren
de hof te Bruggen (of Bruggerveld aan de Oude IJssel).
Uit vijftiende eeuwse bronnen blijkt dat enkele Berghse bezittingen oorspronkelijk
Ulftse lenen zijn. Het gaat in dit geval om Engel (bij Etten), het goed
Aephusen (Ophuizen), het goed te Braembergen (bij Oer).
Grote verbouwingen
Concrete
gegevens over het kasteel stammen uit het midden van de vijftiende eeuw,
wanneer genoemde Willem van der Leck het kasteel in handen krijgt. Willem,
bijgenaamd "de Rijke" heeft de financiële middelen om in 1453 grootschalige
verbouwingen uit te voeren. Willems grootste wapenfeiten zijn de bouw
van een nieuwe "grote toren" en de herbouw van de "dikke" toren, kapel
en hoofdwoning.
Deze grootschalige aanpak leidt er niet toe dat Ulft een verblijfplaats
van allure wordt. Het kasteel blijft een allegaartje van diverse panden
uit verschillende eeuwen, waarbij het strategische aspect de boventoon
blijft voeren. Niettemin verblijft er na de Middeleeuwen
een grafelijk paar op het kasteel. Van kasteel
Ulft anno 2000 zijn er schamele restanten van het kasteel nog zichtbaar.
|
|