| |
 |
Bronckhorst versus Heekeren
|
 |
Inleiding
In Holland is graaf Willem IV van Holland
verzeild geraakt in een oorlog met de bisschop van Utrecht, Jan
van Arkel. Gijsbert
V van Bronckhorst raakt hierbij als bondgenoot van Willem IV betrokken.
Als vriendendienst valt Gijsbert V het kasteel van Heekeren
in Goor in het bisschoppelijke Oversticht aan, plundert
en verwoest het, tezamen met het stadje Goor. Willem IV van Holland sluit
echter al snel een bestand met de bisschop, zodat deze de handen vrij
heeft om met Gijsbert V af te rekenen. De bisschop weet zich hierbij gesteund
door de steden Deventer, Kampen en Zwolle en de heren van Ulft,
Keppel en Lathum.
Gijsbert V staat niet alleen in de strijd. Hij krijgt bijval van de bannerheer
van Baer en de heer van Borculo, niet
de minsten. De bisschop valt op zijn beurt de bondgenoot van Gijsbert
V aan en plundert te Borculo zowel stad als kasteel. De toon is gezet.
Burgeroorlog in de De Graafschap
De jaren verstrijken terwijl nu eens het ene kasteel dan het andere stadje
het moet ontgelden. De strijd zal zich uitbreiden tot graafschappelijk
niveau als in 1349 hertog Reinald III
van Gelre, op dat moment 17 jaar, de verdediging van zijn belangen
aan Frederik van Heekeren toevertrouwt.
Frederik van Heekeren van de Ehze is bezitter van het stamslot van de
Heekerens, de Ehze, een goed bij Almen, en het goed Heekeren
te Steenderen. Hij is een belangrijke edelman en bekleedt de functie van
raad van de hertog. Deze functie oefenden zijn voorvaderen zowel bij hertog
Reinald I als Reinald
II uit. Het bezit van het goed te Steenderen maakt hem tevens de buurman
van Gijsbert V van Bronckhorst. Diverse malen twisten zij over jacht-
en weiderechten. Aanleidingen voor conflicten zijn er genoeg of worden
wel gevonden.
De broer van Reinald III, Eduard (14 jaar), laat ondertussen ook rechten
op Gelre gelden, omdat hij zijn deel van de vaderlijke erfenis niet heeft
gekregen. Hij eist onder andere het graafschap Zutphen voor zich op. De
Bronckhorsten besluiten Eduard
te steunen in zijn aanspraken, al is het alleen maar om de Heekerens dwars
te zitten. Een burgeroorlog in Gelderland is het gevolg. Zoals gewoonlijk
in oorlog moet het platteland zwaar lijden onder de twist van de twee
Gelderse geslachten. Hoeven gaan in vlammen op, vee wordt geslacht of
geroofd en mensen mishandeld, meegevoerd of gedood. Een gegeven ogenblik
is de verbittering van het plattelandsvolk tegen hun heren zo groot dat
er een sociale omwenteling dreigt.
Verloop van de oorlog
De heren ondernemen eindeloze expedities
tegen elkaars kastelen. Dankzij Gijsbert V van Bronckhorst verloopt
de oorlog min of meer in het voordeel van Eduard. In 1351 voeren de Heekerens
een aanval uit op kasteel Bronckhorst,
hetgeen mislukt.
De belangrijke steden Nijmegen en Tiel zeggen Reinald III de gehoorzaamheid
op en verklaren het eens te zijn met Eduards eisen. Reinald
III trekt met een sterke macht tegen deze steden op. Nijmegen wordt
ingenomen en bedwongen. Tiel biedt felle tegenstand, maar na een hevig
beleg wordt de stad stormenderhand veroverd, waarbij 145 mensen de toren
van de Sint-Walburgskerk invluchten. Reinald III begaat nu een grote fout,
waardoor hij ook zijn aanhangers van zich vervreemdt. Hij laat Tiel in
brand steken en de vluchtelingen in de toren komen in de vlammen om. Dat
is veel edelen toch te bar en verontwaardigd over deze schandelijke handelwijze
keren ze zich van Reinald III af.
In 1352 is er een bestand dat een jaar stand houdt. In 1354 valt Eduard
met steun van Nijmegen het slot te Lent en andere burchten
aan. Reinald III verzekert zich, geholpen door zijn zwager, de graaf van
Kleef, van de steden Doesburg, Tiel, Venlo en later Arnhem en Lobith.
Voor zijn hulp krijgt de graaf van Kleef de Liemers
en Emmerik in pand. Ook de bisschop van Munster, Adolf van der Mark,
staat aan Reinald III's zijde. Deze kan echter weinig uitrichten als de
Gelderse edelen en ministerialen
in de Achterhoek zich tegen hem keren en het hem in Munster moeilijk maken.
In hetzelfde jaar probeert Reinald III op riskante wijze een beslissing
te forceren. Deze wordt uitgevochten in de slag
op de Vrijenberg. Reinald III verliest deze, maar de oorlog gaat door.
Vele bestanden
In 1355 komen er twee regelingen tot stand die het beiden niet lang
uithouden. De eerste wordt door Reinald III verbroken als hij tegen
alle afspraken in zich de Veluwe toeëigent als de hertogin-weduwe Eleonora
overlijdt. In 1358 wordt het zoveelste bestand gesloten. Eduard
zal landvoogd blijven en Reinald
III behoudt de Veluwe. Een raad van acht leden zal Reinald III bijstaan
inzake de financiën. Arbiters en raad behouden zich het recht voor om
de termijn van Eduards landvoogdij te verlengen. In dit bestand werken
ridderschap en steden samen, maar men is niet machtig genoeg om het
bestand na te leven. beide broers bereiden zich op een nieuwe strijd
voor.
Het bestand is wel de oorzaak van de landvredebond
van Kleef en Gelre in 1359. Reinald III en Eduard sluiten de vrede:
"In Gaeds namen amen.
Wij Reinolt bi der genade Gaeds hertoge van Gelren ende greve van Zutphen,...
aen dene side, ende wi Eduart van Gelren, ... dander side maken kont
ende kenlic allen luden, dat want eyn twist, ein stoet ende ein uploep
lange tijt tussen ons aen beiden siden onder eyn geweest was, hier um
syn wi aen beiden siden onder eyn, bi onser beider vrinde ende rade,
verslicht, versceiden ende verswoent, gentselike ende altemael, van
allen twist, stoet ende uploep... Voert mere sollen alle broken vergeven
syn, die gesiet syn thut opten dach van huden toe in apenbaren orloghe
ende in ontsachter veden"
Op de markt te Arnhem wordt een groot feest gegeven met een steekspel,
maar de door de ridders en vertegenwoordigers
van de steden gezworen eden blijken in de praktijk niet veel waard.
De strijd duurt voort
De partijenstrijd is nog niet voorbij. Herhaaldelijk zijn er gewapende
conflicten, waarbij het platteland het zwaar te verduren heeft. Vooral
de heer van Bronckhorst,
die niet vergeten is dat Reinald III hem gedumpt heeft, stookt Eduard
op. Hij hoopt dat Reinald III vernederd wordt.
De energie van Reinald III word onder de voortdurende strijd steeds
minder. Hij wordt lui, vadsig en zwaarmoedig. Het bewind over de Veluwe
laat hij over aan zijn vriend Walraven
van Valkenburg. De vier hoofdsteden Nijmegen, Roermond, Arnhem en
Zutphen doen samen nogmaals moeite de twistende landsheren te vermanen
aan hun verderfelijke strijd een einde te maken. Ook keizer Karel
IV, aangespoord door de aanhang der Bronckhorsten, bemoeit zich
met de kwestie. In een brief, gericht aan Eduard, noemt hij hem "hertog
van Gelre, zijn lieven neef en vorst", zonder dat Eduard die titel ooit
zelf heeft gebruikt.
Definitief verslagen
Ondertussen lopen de zeven jaren van Eduard's bestuur ten einde en
Reinald III wil nu zelf weer
het bestuur van Gelre over gaan nemen. Verscheidene edelen roepen echter
in 1361 Eduard als hertog uit en steden volgen hun voorbeeld. Nijmegen
en Tiel zijn weer de eerste. Vooral op Tiel, dat hem steeds de voet
heeft dwars gezet, is Reinald III woest. Hij rukt onmiddellijk met een
leger op naar Tiel. Dat weigert hem binnen te halen als de wettige landsheer.
Daarop belegert hij de stad.
Eduard heeft inmiddels in Nijmegen een leger verzameld en weet Tiel
binnen te komen om dit tegen zijn broer te verdedigen. Op Sint-Urbanusdag
1361 trekt hij met ontrold hertogelijk banier en hoorngeschal de poort
uit en daagt Reinald III uit voor de strijd. Deze staat met zijn troepen
tussen de Waal en de dijk op een ongunstige plaats. Na een hevig gevecht
wordt Reinald III verslagen en met verscheiden edelen, waaronder zijn
raadsheer Frederik van Heekeren van de Ehze, gevangen genomen.
Nu eist Eduard de heerschappij over heel Gelre en Zutphen op. In Arnhem
doet Reinald III afstand van zijn hertogshoed. Een vernederende gang
langs al zijn landen en van stad tot stad volgt, om deze te ontslaan
van hun eed, waarna Eduard in zijn plaats als hertog wordt gehuldigd.
Einde van de oorlog
In
1361 wordt de strijd eindelijk beslist. Bij Tiel brengen Eduard en de
Bronckhorsten hun tegenstanders een zware nederlaag toe, waarbij Frederik
I van Ulft sterft en hertog Reinald
III van Gelre en Frederik van Heekeren gevangen worden genomen. Reinald
III wordt op kasteel Rosendael bij Velp opgesloten. Later laat Eduard
hem overbrengen naar kasteel
Nijenbeek, gelegen aan de IJssel bij Voorst.
Alleen Sweder I van Voorst,
heer van Keppel en aanhanger van de Heekerens blijft de Bronckhorsten
pesten.
De strijd laait weer op
De opvolging van hertog Eduard, na de kortstondige terugkeer van hertog
Reinald III, leidt tot nieuwe problemen. De twee zusters van Eduard en
Reinald III betwisten elkaar het recht op Gelre. Machteld,
de oudste zuster, sinds 1368 weduwe van graaf Jan van
Kleef en hertrouwd met de oude Jan van Blois,
wil Gelre voor zichzelf. De jongste, Maria, getrouwd
met hertog Willem van Gulik, wil Gelre voor
haar jonge zoontje Willem. Uiteraard kiezen de Heekerens en de Bronckhorsten
voor verschillende partijen. De Heekerens zijn Machteld welwillend gestemd
en de Bronckhorsten zien wel iets in de jonge Willem. Ook ditmaal weten
de Bronckhorsten onder leiding van Willem
IV van Bronckhorst de strijd te winnen. Wolter
IV van Voorst en Keppel geeft leiding aan het Heekerense kamp. Hertog
Willem van Gulik wordt ten behoeve van zijn zoontje erkend. Na Willem
van Guliks dood in 1402 hebben Gulik en Gelre dezelfde vorsten.
Onder het bewind van de hertog Willem van Gelre en Gulik worden de twisten
tussen de Bronckhorsten en Heekerens voorgoed beëindigd.
Verval van het feodale tijdperk
De partijenstrijd tussen de Heekerens en de Bronckhorsten in De Graafschap
is meer dan de twist van twee machtige buurmannen. Hoewel er geen direct
verband bestaat, is het opvallend dat ongeveer tegelijkertijd in de andere
Nederlandse gewesten vergelijkbare oorlogen worden uitgevochten. Zo speelt
zich in Utrecht de strijd tussen Lokhorsten en de Lichtenbergers af, in
Friesland tussen de Scheringers en de Vetkopers en in Holland tussen de
Hoeksen en de Kabeljouwen.
Gezien de langdurige en bloedige aard van de conflicten moeten de tegenstellingen
dieper hebben gezeten dan enkel de troonsopvolging van deze of gene vorst.
Vaak is sprake van het streven naar meer medezeggenschap van een partij
in het bestuur van de landsheer.
De andere partij streeft dan behoud van de bestaande situatie na, omdat
zij invloedrijke en bevoorrechte posities innemen aan het regerende hof.
Mogelijk hebben de steden hier hun kans schoon gezien om meer politieke
invloed te verwerven, hetgeen misschien mede een verklaring is voor het
ontstaan en de langdurigheid van de conflicten. Persoonlijke antipathieën
en belangen hebben hierin ook een rol gespeeld, net als het ontbreken
van sterk centraal gezag. Bemoeienis van de steden met de adellijke twisten
die overal in Nederlandse gewesten plaatsvinden, moet men dan ook zien
als de eerste ontbindingsverschijnselen van het feodale tijdperk. De macht
verschuift in de richting van de steden, beter gezegd in de richting van
het kapitaal.
|
|