| |
 |
Het geslacht Paleke
Anno 1200
|
 |
Gerard Paleke I, 1200
Bovenaan in de stamboom van
de familie Paleke staat Gerard Paleke (later Palick). Hij wordt in
de stichtingsoorkonde van klooster Betlehem genoemd. Gerard Paleke I is
rond 1200 een grootgrondbezitter in Zevenaar en omgeving, want hij verkoopt
het goed Svalengut (bij Didam gelegen), een "warandia"
(recht om varkens te hoeden) in het bos Waverloe, Media (Milsterholt)
en Loel aan het klooster. Gerard Paleke is ook in Zevenaar bekend, want
hij schenkt het klooster een akker in "Sevenharen". Hij bezit
dus overal goederen.
Mogelijk is Geard Paleke I de stamvader van diverse geslachten, die zich
noemen naar het goed waar ze wonen; Palick van
Sevenair, Palick van Camphuysen, Palick
van Enghuysen, etc. Ook de familiesVan Der
Wilten en Poelwijk stammen mogelijk van hem
af. Gerard Paleke I krijgt mogelijk twee zoons: Gerard
Paleke (II) en Bernard Paleke. Laatstgenoemde
treedt mogelijk in 1258 in bij de Duitse Orde in Utrecht.
Gerard Paleke II, 1220
Gerard Paleke II komt in de oorkondes voor het eerst voor op 20 juni
1220 bij de ministerialen van Diederik V van
Kleef. In deze oorkonde stelt Gerard Paleke II zich borg voor de graaf
in een vredesverdrag met het aartsbisdom Keulen. In de turbulente geschiedenis
van het kasteel moet de familie Paleke geregeld het kasteel verlaten als
de graaf van Kleef het in handen krijgt.
Gerard Paleke III, 1255-1257
Halverwege de dertiende eeuw verschijnt een derde Gerard Paleke in de
oorkondes. In 1255 blijkt hij in Kleefs dienstverband te zijn. Hij getuigt
voor de dochter van de overleden graaf, Elizabeth
van Kleef, en haar man, Gerlach van Isenburg,
dat zij haar deel van de nalatenschap van haar vader heeft gekregen.
In 1257 getuigt hij opnieuw in Kleefs verband.
Gerard Paleke IV, 1289-1303
In 1289 treedt er een vierde Gerard Paleke IV uit de historie naar voren.
In dat jaar getuigt bij een belening van de proost van klooster Betlehem
door de abdis van het Stift Elten.
Op 14 juni 1302 werkt Gerard Paleke IV mee aan het burgerrecht van de
stad Emmerik. Op 3 juni 1303 komt hij nogmaals voor bij de verzoening
van de broers Wilhelmus en Engelbertus
de Brameth met de stad Bocholt.
Van
Gerard Paleke IV is het familiewapen bekend. Het geslacht voert een zogenaamd
"Fallgatter", een valhek, bestaande uit vijf paaltjes waarover
een zesde is geslagen om de paaltjes te verbinden. Er is hier dus sprake
van een sprekend wapen, want een "paal" is synoniem met "paleke".
De kleuren zijn helaas onbekend, zodat het hier getoonde wapen wat de
kleuren betreft onbetrouwbaar is.
Op het zegel waarop dit wapen voorkomt voert Gerard IV behalve de geslachtsnaam
Paleke nog een andere achternaam die helaas onleesbaar is. Deze dubbele
achternaam zal in dit geslacht een belangrijk kenmerk worden.
Gerard Paleke IV krijgt waarschijnlijk een zoon, die traditiegetrouw Gerard
Paleke (V) heet, en een dochter die Mechtild
Palikones wordt genoemd.
Gerard Paleke V, 1310-1311
De volgende generatie draagt opnieuw de naam Gerard Paleke, hij is dan
de vijfde in de reeks. Gerard Paleke V wordt in de bronnen niet als ridder
aangeduid in tegenstelling tot de voorgaande generaties. Mogelijk is hij
in 1310/11 nog te jong om als "miles" door het leven te gaan.
Op 22 mei 1310 treedt Gerard Paleke V als borg op voor de familie Van
Winsen in hun zaken met het klooster 's-Gravendaal. Op 25 maart 1311
staat hij nogmaals borg voor deze familie.
Wanneer Gerard Paleke V kinderloos overlijdt gaat de erfenis naar zijn
zuster Mechtild Palikones.
Gerhard Palikone van Sevenaer,
1320-1339
Mechtild Palikones is getrouwd met
Gerhard van Sevenaer.
Zij is de erfdochter van het geslacht Paleke. Gerhard van Sevenaer gaat
zich vanaf nu "Paliko" noemen om de voortgang van het geslacht
Paleke te benadrukken. Ook neemt hij het wapen van de familie Paleke over.
Na
de dood van Mechtild Palikones rond 1320 zal Gerhard hertrouwen met Gertrude.
Gerhard krijgt mogelijk twee zonen: Geryt Palick
(I) en Alart. Of dat zonen zijn van Mechtild
Palikones of Gertrude is onbekend. In 1339 zal Gerhard overlijden. Zijn
weduwe Gertrude zal hem overleven tot 1358.
Geryt Palick I van Sevenaer, 1361-1402
Geryt Palick I van Sevenaer wordt voor het eerst genoemd in 1361. Het
zou mogelijk kunnen zijn dat er nog een onbekende generatie tussen hem
en zijn vermeende vader zit. Geryt Palick I blijkt in 1375 getrouwd te
zijn met Geertruyd en later hertrouwd hij met
Griete, beide uit een onbekende familie. Geryt Palick
I krijgt drie dochters: Fye bij zijn eerste vrouw en
Griete en Heilwig bij zijn
tweede vrouw.
Fye trouwt in 1385 met Deric van Sinderen,
Griete trouwt met Evert van Enghusen (Engehuizen)
en Heilwig met Henric van Helbergen. De
naam Paleke wordt aan alle zoons die uit deze huwelijken geboren worden
meegegeven.
Hertogin Mechteld van Gelre stelt
Geryt Palick I in 1371 aan als
ambtman in de Liemers en hij krijgt als ambtswoning kasteel
Sevenaer toegewezen! Geryt Palick I krijgt geen aanstellingsbrief,
maar moet een eed van trouw afleggen, waarin de voorwaarde voorkomt: "dat
sy haren borgh ende huys tallen tyden, als haer dat even koemt, eyschen
ende nae haer nemen mach, dat ick, of soe wie die borgh ende huys van
mynre wegen onder hedde, haer of dyn sy dat beveelt antwerden sal, kommerloes,
sonder ennich wederseggen". Een vreemde voorwaarde dat een ambtswoning
opgeëist kan worden, alsof het een 'open huis' betreft.
De clausule past beter in een leenverhouding. Geryt Palick I vindt blijkbaar
dat hij meer rechten op Sevenaer heeft dan enkel het gebruik als ambtswoning.
Zo balanceert Mechteld behendig over de gevoelige grens tussen Kleef en
Gelre en houdt ze tevens rekening met Geryt Palick I's belangen.
Wanneer kasteel
Sevenaer overgaat in Kleefse handen moet Geryt Palick I het veld ruimen.
In 1395 wordt Geryt Palick I door toedoen van Hendrik
III van Wisch en Dirk III van Wisch opnieuw
kasteelheer van Sevenaer.
In 1402 de familie Paleke opnieuw kasteel
Sevenaer verlaten. Dit keer voor het laatste, want zij zullen er nooit
meer terugkeren. Voor 1405 is Geryt Palick I overleden, want dan wordt
zijn tweede vrouw weduwe genoemd.

Gerrit Palick II van Sevenaer, 1418-1463
De volgende mannelijke Palick komt voort uit de jongere tak van de Sevenaers
en heet Gerrit Palick II van Sevenaer. Hij is de zoon van Alart
van Sevenaer en Geertruid van Lent, voor
hem getrouwd met Van Dornick. Alart voert ook
het wapen met het staketsel aangevuld met een barensteel ten teken van
een jongere tak.
Gerrit Palick II is gehuwd met Hillegonde Vos.
Samen met Henrich van Boedberg en diens
vrouw Aleit verkopen zij het goed "die Hurste"
aan jonkvrouw Kathrijn van Gemen-Voorst.
Interessant is dat Henrich van Boedberg hierbij een wapen voert met drie
merletten, mogelijk is hij late familie van de graven
van Lohn. Zijn vrouw voert een verdeeld wapen van drie merletten (van
haar man) en het paalhek. Mogelijk is zij een dochter van Gerrit Palick
II, waarmee het de oude tak van het geslacht Paleke in mannelijke lijn
is uitgestorven.
De jongere tak blijft in mannelijke lijn langer voortbestaan: na de eerder
genoemde Bernard Paleke, volgens Henricus,
(1279-1280), diens zoon Bernardus (1280-1286), Otto Paleke (1352), Willem
Palick (1353-1383), Jordan Palick (1364-1369) en opnieuw Willem Palick
(1421). De precieze familieverhoudingen in deze jonge tak zijn onbekend.
|
|